FAQ / Veelgestelde vragen

Vragen, advies of hulp nodig? Bekijk hier onze veel gestelde vragen. Staat uw vraag hier niet bij kunt u altijd contact met ons opnemen.

Een goede kwaliteit Cat6 netwerk kabel met een maximale lengte van 60meter zal 10 000Mbit
kunnen halen. Echter er is nog weinig hardware te koop welke deze snelheden aan zou kunnen.

Veelal zal de snelheid van 1000Mbit worden gebruikt door actieve hardware [ switches/routers ]
deze zijn op Cat6 en Cat6a op 91.5 meter lengte prima te behalen.

Een goede kwaliteit Cat5e kabel kan een netwerk snelheid van 1000Mbit
halen. De kabel zal dan wel een goede kwaliteit koper en het liefste hardekern
moeten bevatten.

Officieel als we gaan kijken houden wij ons aan de 91.5meter afstand, dat wil zeggen
het certificeren van een netwerk gaat tot 91.5meter. Is de UTP netwerk kabel
langer dan 91.5 meter lengte dan is er een “grotere” kans op een storing.

Dit wil natuurlijk niet zeggen dat de UTP kabel helemaal niet werkt als deze
100 meter is, echter de test hardware wil graag fouten uitsluiten
en zal een foutmarge hanteren.

Wat is een multimode glasvezelkabel?

Een multimode glasvezelkabel maakt gebruik van LED licht die, door de bredere vezelkern van de kabel, het licht weerkaatst tegen de wanden waardoor de kabel geschikt is voor kortere afstanden met lagere snelheden maar wel een hogere bandbreedte bereikt. Bij een multimode glasvezelkabel zijn er altijd twee vezels nodig zijn om de verbinding tot stand te brengen (duplex).

 

Kort samengevat: 
• Maakt gebruik van LED licht
• Toegepast bij relatief korte afstanden (tot ca. 1100m)
• Vezel heeft een kerndoorsnede van 62,5 of 50 micrometer, mantel van 125 micrometer
• Optische golflengte van 850 en/of 1300 nanometer.
• Verkrijgbaar in vier varianten namelijk OM1, OM2, OM3 en OM4
• Altijd een duplex verbinding nodig

Wat is een singlemode glasvezelkabel?

Een singlemode glasvezelkabel brengt data over door middel van laser licht. Deze kabel heeft een kabeldoorsnede van slechts 9 micrometer. Het licht wordt in tegenstelling tot een multimode glasvezelkabel recht door de kabel verplaatst, waardoor er geen verstrooiing van het licht ontstaat. Daardoor kan deze kabel een afstand overbruggen tot wel ca. 60 km en is er maar één vezel nodig voor het aanleggen van een verbinding (simplex)

Hoeveel apparaten er op een access point bediend kunnen worden hangt dus van een hoop factoren af. De soorten apparaten en ondersteuning van de frequentie banden zijn hierbij erg belangrijk.
De 5Ghz band zou hierin meer gebruikt moeten worden, hier is onder andere beduidend meer bandbreedte beschikbaar. Ook laten de voorbeelden zien dat met de komst van de nog snellere 802.11ac (5Ghz) standaard er dus nog meer apparaten op een access point kunnen met dezelfde throughput. 802.11ac clients zullen de aankomende jaren steeds meer gaan voorkomen en daarmee wordt ook de 5Ghz band steeds beter benut.

Hoeveel apparaten er op een AP kunnen hangt van een aantal factoren af. Een aantal voorbeelden zijn:

  • Gewenste bandbreedte
  • Soorten apparaten (laptop/tablet/smartphone enz.)
  • Kanaal breedte 5Ghz (20/40 (80?))
  • Verhouding 2,4 en 5Ghz apparaten

    Wij geven het advies altijd te rekenen met een max van 30 actieve gebruikers per zender voor een goede verdeling.

Ook een controller is vaak nodig bij grote netwerken. Een controller doet het management van de AccessPoints. Hierbij valt te denken, aan het updaten van de firmware of de configuratie. Zodra een AccessPoint op een controller aangesloten wordt, zal het automatisch de juiste instellingen krijgen van de controller. Voordeel hiervan is, dat niet elk AccessPoint individueel geconfigureerd en onderhouden hoeft te worden.

Een WLAN controller is een centraal component in een enterprise WiFi netwerk en wordt ingezet voor de volgende taken:

  1. Configuratie en management van AccessPoints
  2. Distributie van firmware updates naar AccessPoints
  3. Monitoring van draadloze clients
  4. Authenticatie van draadloze clients
  5. Roamen van draadloze clients tussen AccessPoints
  6. Verkeer van draadloze clients verwerken

Door deze veelvoud aan taken is een WLAN controller een cruciaal punt en onderdeel van een draadloos netwerk en wordt dan ook vaak redundant uitgevoerd zodat er geen of minimale verstoring van het draadloos netwerk optreedt bij uitval van een WLAN controller

Een snel en betrouwbaar wifinetwerk aanleggen heeft meestal wat voeten in de aarde. Repeaters installeren, kabels leggen voor acces points, ga zo maar door. Fabrikanten werken er hard aan om dit probleem op te lossen met mesh-wifinetwerken. Deze netwerken komen niet met één, maar met meerdere units. In dit artikel leggen we uit wat een mesh-wifinetwerk is, wat je eraan hebt, en welke eventuele nadelen een dergelijk systeem heeft.

Wat is een mesh-netwerk?

Een mesh-netwerk is een netwerk waarbij alle units van het wifi-signaal met elkaar in verbinding staan. Het wifisignaal wordt tussen al deze units gecommuniceerd. Dit zorgt ervoor dat je een beter bereik hebt dan met één enkele router. Bij een mesh-netwerk is er één routerunit aangesloten op de modem. Deze unit stuurt het signaal door naar de bijhorende satellieten.

Beter signaal

Normaal gesproken plaats je je router in de buurt van de modem. Dat is meestal ergens in een hoek van een huis. Hierdoor gaat de helft van het signaal verloren. Met een mesh-netwerk wordt het draadloze signaal van een router-unit naar verschillende satellieten verstuurd. Deze satellieten kun je plaatsen waar je wilt, en sturen het wifisignaal weer door. Zo krijg je een veel beter wifibereik. Wil je je netwerk uitbreiden? Dan koop je een nieuwe unit en sluit je deze aan. Je kan deze unit op een strategische plek neerzetten zodat het bereik beter is op plekken waar jij dat zou willen.

 

Automatisch wisselen naar beste signaal

Een ander pluspunt is dat er automatisch naar het beste wifisignaal wordt gewisseld. Mocht je je door het huis heen bewegen dan zal je apparaat automatisch naar de unit wisselen die het sterkste signaal biedt. Dit wordt ook wel draadloze handoff genoemd.

Ubiquiti Networks introduceert Zero Handoff Roaming technologie in de versie 3.0 release van de Unifi Controller-software, een intuïtieve user interface ontworpen voor het beheren Unifi Access Points (AP’s). Zero Handoff Roaming maakt het mogelijk om naadloos te roamen door draadloze AP’s heen.

Transparant voor de clients

Bestaande roamende oplossingen vragen onderhandelingen met de client-appara(a)t(en) en kunnen latency en/of interoperabiliteits problemen veroorzaken. Standaard gebaseerde handoff vereist een vier-weg Wireless Protected Access (WPA) handdruk, maar Zero Handoff Roaming niet.

Zero Handoff Roaming kan werken met elke client en vereist geen speciale software, geen drivers en zonder interactie van het client-apparaat. Met Zero Handoff Roaming kunt u meerdere AP’s laten fungeren als een AP cluster en als een enkele AP. Een draadloze client detecteert slechts een AP, zodat het naadloos zijn verbinding houdt, zo schakelt hij over naar de dichtstbijzijnde AP. Er is geen noodzaak voor de cliënt om opnieuw te onderhandelen, in plaats daarvan wordt elke onderhandeling overgelaten aan de AP’s. Zij beslissen welke AP de volgende live-verbinding moet overnemen.

Ideaal voor VoIP en Video

De Unifi AP gebruiken multicasting om te communiceren met elkaar en bepalen wat de beste AP voor de client is op basis van op het signaal, zodat er geen packet loss of latency voorkomt. Alleen het AP met het beste signaal bedient de client. Hierdoor is Zero Handoff Roaming ideaal voor Voice over Internet Protocol (VoIP) en video-applicaties.

Zero Handoff Roaming is ook ideaal voor mobiele clients die constant in beweging zijn of client die verbonden blijven met een en hetzelfde AP, terwijl een ander AP juist een sterker signaal afgeeft.

In het geval van fast roaming zijn er meerdere WIFI access points in een netwerk met elkaar verbonden.
De Wifi zenders zijn op de hoogte  van elkaars aanwezigheid en werken met elkaar samen om de ontvanger [ b.v. een telefoon of laptop ]
het beste signaal te geven. De wifi zenders worden doormiddel van een controller aangestuurd dat is een server met een stuk intelligente wifi
software welke de juiste zender aan de juiste ontvanger koppelt. Eigenlijk net zoals met een telefoon netwerk, waarbij de telefoon steeds
de sterkste 3G of 4G zender zal krijgen.

Wij installeren dergelijke WIFI fast roaming zenders en netwerken bij onze klanten. En maken ook gebruik van de
server gestuurde controller software om de zenders en computers juist en snel met elkaar te laten communiceren.

Wat is een router?

De router is het hart van je netwerk. Het is de verkeersregelaar die ervoor zorgt dat alle apparaten in het netwerk een IP adres krijgen en de gevraagde informatie (bijvoorbeeld een opgevraagde website) voorgeschoteld krijgen.

Een router sluit je aan op het modem. Soms zijn er modems met ingebouwde router, ook wel modem/router genoemd. Het modem regelt de toegang tot het internet, de router regelt het lokale netwerkverkeer in je woning of kantoor.

Vaak heeft een router 4 netwerkaansluitingen (een switch) waarop je met een netwerkkabel pc’s of andere netwerkapparaten kunt aansluiten. Een draadloze router is voorzien van een ingebouwd access point.

Wat is een access point?

Een access point is een draadloos toegangspunt. Het zorgt ervoor dat je een WiFi verbinding kunt maken. Dat is het enige dat een accesspoint doet, een draadloos signaal uitzenden waarmee je met een laptop, tablet of ander apparaat kunt verbinden. Een access point sluit je met een UTP kabel op de router aan.

Wanneer heb ik een router nodig en wanneer een access point?

In een netwerk hoeft slechts 1 router aanwezig te zijn. Wanneer je bereik te kort komt en een extra WiFi zender wilt plaatsen, dan volstaat dus de aanschaf van een access point.

Het komt ook vaak voor dat het bereik van de draadloze router tegenvalt. Een veel gebruikte oplossing is het aansluiten van een access point met hoger zendvermogen op de draadloze router.

Het trekken van netwerk UTP kabels kan op verschillende manieren en uiteindelijk bepaald
dat de prijs. Als eerste heb je de keuze wat voor type netwerk kabel er gewenst is, zo is een
UTP cat5e kabel goedkoper dan een Cat6, Cat6a of een Cat7 kabel.

De manier van wegwerken van de kabel bepaald ook een deel van de prijs, want met wat geluk lopen er al leidingen waarin wij de netwerk kabels kunnen trekken dit is goedkoper dan dat we moeten boren, gootjes moeten plaatsen.

Het type goot bepaald ook deels de prijs, zo is er een dunnen zogenoemde K25 goot, maar ook een wat grotere K40 goot voor meer dan 3 kabels. Ook hebben wij leverbaar een 10CM goot dit noemen we ook wel een systeemgoot/wandgoot hierin kunnen ook elektra kabels e.t.c in worden afgemonteerd.

En dan als laatste hoe werken we de netwerk UTP kabel af nadat wij hem getrokken hebben, een netwerk plug kan er op gezet worden die is veelal het goedkoopste, maar ook een Keystone, een netwerk outlet, of zelfs een opbouw doos.

Een U (Engels: ‘unit’ = eenheid) is een standaard voor de hoogte van elementen in een rack (rek, kast) of patchkast waarin werkende elektronische apparaten geplaatst worden, vaak vastgezet met schroeven of kliksystemen. Tot de apparaten die voor deze standaard gebouwd worden, behoren meet- en regelapparatuur en audio-, video- en computerapparatuur. Door de standaardisering kan een grote hoeveelheid apparatuur in een beperkte ruimte ondergebracht worden en is vooraf de ruimtebehoefte te schatten.

Apparaten voor deze standaard krijgen vaak de aanduiding 1U en bij hogere apparaten 2U3U, enzovoorts. In het Nederlands is ook de aanduiding HE, hoogte-eenheid, gangbaar. In SI-eenheden is 1U = 44,45 mm, maar de maat wordt gewoonlijk aangeduid in inches: 1,75″ (7/4″). Dit is door de Electronic Industries Alliance vastgelegd in de standaard EIA/ECA-310, kortweg EIA-310. Deze standaard bestaat sinds 1965 en geeft onder andere ook voorschriften voor lengte en breedte en de plaats van bevestigingsgaten. Versiegeschiedenis, met jaartallen:

 

In een patchkast van 42U (42 HE, ca. 187 cm) kunnen in theorie maximaal 42 apparaten van 1U hoogte tegelijk worden gemonteerd. Apparaten die meer ruimte innemen, zijn meestal een veelvoud van U hoog, bijvoorbeeld 2U of 3U (3,5″ en 5,25″). 1U apparaten worden ook wel “pizzadozen” genoemd, omdat ze ongeveer dezelfde hoogte hebben als dozen voor afhaalpizza’s.

Een switch beschikt vaak over één of meerdere SFP-poorten. Met de SFP-poorten kunt u de switch flexibel inzetten, bijvoorbeeld door deze via een glasvezelkabel met andere switches te verbinden. Hiervoor heeft u wel een SFP-module nodig. SFP-modules zijn verkrijgbaar voor verschillende afstanden, met verschillende aansluitingen en met wisselende snelheden. Op deze pagina leest u alles wat u moet weten over SFP-modules en glasvezel.

Glasvezel internet en intern glasvezelnetwerk

Glasvezel internet zorgt voor hoge download- en uploadsnelheden. Bekijk onze glasvezel internetpagina voor uitleg hierover en de beste bijpassende routers. Wilt u ook een snel intern netwerk? Kies dan voor glasvezelverbindingen. Zeker wanneer u Gigabit of 10GE switches gebruikt, heeft u glasvezelkabels nodig. Hierdoor is uw ‘backbone’ razendsnel. Zodra u kiest voor glasvezelverbindingen in uw internetnetwerk heeft u een SFP-module nodig.

Single-mode glasvezel en multi-mode glasvezel

Bij een SFP-module zult u altijd moeten kiezen uit single-mode of multi-mode. De verschillen hiertussen zitten in de afstand en de snelheid.

Verschil SFP & SFP+

Bij de modules waar we het over hebben zult u vaak SFP of SFP+ ziet staan. Het verschil zit hem in de snelheid van de modules. Standaard SFP ondersteunt geen dataoverdracht van 10GB. Een SFP+ module doet dat wel en zal daarom altijd wat hoger geprijsd zijn. Daarnaast is er een technisch verschil. SFP is gebaseerd op IEEE802.3 en SFF-8472, terwijl SFP+ uitgaat van SFF-8431.

Cat6-kabels , ook wel Categorie 6- of Cat 6- kabels genoemd, bieden een lagere overspraak, een hogere signaal / ruis-verhouding en zijn geschikt voor 10GBASE-T (10-Gigabit Ethernet), terwijl Cat5e- kabels slechts tot 1000BASE-T ondersteunen ( Gigabit Ethernet). Als een manier om uw netwerk toekomstbestendig te maken, is Cat6 over het algemeen een betere keuze en de kleine premium in prijs waard. Cat5e en Cat6 kabels zijn beide compatibel, waardoor nieuwere Cat6 kabels kunnen worden gebruikt bij oudere Cat5e , Cat5 en zelfs Cat3 apparatuur.

 

bedrading

Beide Cat5e en Cat6 zijn getwiste kabelparen die koperdraden gebruiken, meestal 4 gedraaide paren in elke kabel. De specificatie voor Cat6 bevat strengere specificaties voor overspraak en systeemruis en biedt prestaties tot 250 MHz. Cat5e presteert daarentegen tot 100 MHz. Dit werd vaak bereikt met een spline (een longitudinale scheider) in de bedrading, die elk van de vier paren getwiste draden isoleert. Dit maakte Cat6-kabels echter stijver; nieuwere kabels gebruiken andere methoden om ruis te verminderen en zijn flexibeler. Ongeacht of een spline wordt gebruikt, een kabel die voldoet aan de Cat6-specificaties zorgt voor aanzienlijk lagere interferentie of bijna-overspraak (NEXT) in de transmissie. Het verbetert ook de overspraak op gelijk niveau aan het verre einde (ELFEXT), het retourverlies en het invoegverlies in vergelijking met Cat5e. Het resultaat is minder ruis.

 

Hoe te identificeren

De categorie wordt bijna altijd afgedrukt op ethernetkabels. Het is niet mogelijk om kabelcategorieën op kleur te identificeren, maar Cat6-kabels zijn vaak dikker dan Cat5e omdat het dikkere koperdraden gebruikt. Het is ook niet mogelijk om ze te identificeren door naar de plug te kijken omdat zowel Cat5e als Cat6 de 8P8C RJ45 modulaire connector gebruiken .

Maximale lengte

Zowel de Cat5e- als de Cat6-kabelspecificaties maken lengtes tot 100 meter mogelijk, maar Cat6e heeft een lagere maximale lengte (55 meter) bij gebruik voor 10GBASE-T (10 Gigabit Ethernet). Om 10GBASE-T voor 100 meter, Categorie 6a-kabel of Augmented Categorie 6 uit te voeren, moeten kabels worden gebruikt. Cat6a-kabelsmaken een prestatie tot 500 MHz mogelijk.

Als netwerkinfrastructuur over afstanden groter dan 100 meter vereist , zijn repeaters of schakelaars vereist om het signaal te versterken.

Snelheid

Zoals eerder vermeld, kunnen Cat6-kabels worden gebruikt voor het voeden van 10GBASE-T of 10 Gigabit Ethernet, terwijl het maximum dat Cat5e-kabels kunnen ondersteunen 1GBASE-T of 1 Gigabit Ethernet is. Dit komt omdat Cat6-kabels tot 250 MHz presteren, meer dan het dubbele van die van Cat5e-kabels (100 MHz).

Kosten

De prijs van ethernetkabels varieert per lengte, fabrikant en verkoper. Over het algemeen zijn Cat6-kabels 10-20% duurder in vergelijking met Cat5e-kabels. Kabels zijn echter over het algemeen goedkoop en de snelheidsboost die wordt geboden door Cat6-kabels maakt de prijspremie meestal de moeite waard, zelfs voor thuisgebruik.

Geen zin om ons in te huren, maar wilt u wel proberen de wifi storing zelf op te lossen ?
Af en toe een slechte wifi verbinding,  wat doe je daar nu aan ?

 

Heb je een slechte WiFi verbinding? Bijvoorbeeld slecht bereik of gaat het streamen van video of audio langzaam of haperend? Dan heb ik een aantal tips voor je waarbij je niet direct veel geld hoeft uit te geven. Hoe kun je WiFi verbeteren? Je leest het hieronder.

Router verplaatsen

De eerste tip is simpel: zet je draadloze router op een andere plaats. De beste plaats voor een WiFi router is in het midden van de ruimte die je wilt dekken, dat is helaas niet altijd haalbaar. Ook is het verstandig de router niet in een meterkast te hangen of ergens weg te stoppen onder een bureau.

Heb je kabel internet? Dan kun je ervoor kiezen om je modem en de router te verplaatsen naar een ander aansluitpunt. Kun je het modem niet verplaatsen? Dan zou je een iets langere kabel tussen het modem en de router kunnen gebruiken. Het liefst is deze wel zo kort mogelijk.

Gebruik slechts 1 draadloze standaard

Alle verschillende draadloze standaarden (802.11b, 802.11g, 802.11n en 802.11ac) zijn ‘backwards compatible’ met elkaar. Het is echter verstandig om 1 draadloze standaard te kiezen, en je router niet op ‘mixed’ te zetten. De nieuwste standaard geeft de hoogste snelheid.

 

Ga je de nieuwste standaard gebruiken? Dan heeft je computer of laptop ook een WiFi adapter nodig die de hoogste snelheid ondersteunt. Deze kun je eenvoudig vervangen, bijvoorbeeld door een WiFi USB adapter te gebruiken. Bij je smartphone of tablet is het niet mogelijk om de WiFi adapter te vervangen. Koop je een nieuwe router? Dan kun je ervoor kiezen om je oude router ook te laten staan voor de oudere standaarden.

Bijvoorbeeld: je oude G router bewaar je voor de apparaten die alleen 802.11g ondersteunen. Hierop zet je DHCP uit en deze sluit je aan op je nieuwe router. Je nieuwe router stel je in op alleen 802.11ac of alleen 802.11n. Zorg er wel voor dat de gebruikte kanalen van beide routers zo ver mogelijk uit elkaar liggen (bijvoorbeeld 1 en 11). Je oude apparaten verbinden met de oude router en de nieuwe 802.11n of 802.11ac apparaten verbinden automatisch met je nieuwe router.

Gebruik WPA2 beveiliging

Voor hoge snelheden met N of AC routers dien je WPA2 met AES beveiliging te gebruiken. WPA of WEP met TKIP beveiliging zorgen voor extreem bandbreedte verlies. Vaak staan draadloze routers standaard ingesteld op mixed WPA/WPA2. Zorg ervoor dat je router op alleen WPA2 staat ingesteld. Voor thuisgebruik kies je WPA2 personal (bij enterprise is een radius server vereist).

Keystone & Modules

Een keystone of module is een gestandaardiseerd snap-in component om een scala aan laag-voltage, elektronische jacks of glasvezel aansluitingen te monteren in een Wandcontactdoos, faceplate of patchpaneel.

 

SER (Satellite Equipment Room)

Sublocaties of distributiepunten in een gebouw. Vanuit deze ruimte worden de werkplekken bekabeld. In feite is een SER een kleine variant van een MER. In deze ruimte bevinden zich dus ook servers, netwerkapparatuur etc. Hier vind u doorgaans ook de telefonie-aansluiting voor de werkplekken.

 

De MER is het centrum of centrale vertrekpunt van het netwerk. Dit wordt vaak ook wel server- of computerruimte genoemd. In deze ruimte staat de centrale server. Meestal één of meerdere patchkasten met netwerkapparatuur, patchpanelen en alle centrale bekabeling. Vanuit deze ruimte wordt data verdeeld naar de SER’s of direct naar de werkplekken. De verbinding tussen een MER en SER wordt vaak de backbone bekabeling genoemd.

 

Het type afscherming zegt wat over de voorzieningen van een kabel. Een kabel kan wel of niet afgeschermd zijn door verschillende methodes. De methode van afscherming heeft te maken met de mate van elektrische en magnetische invloeden van buitenaf (externe interferentie). Met andere woorden: hoe meer interferentie (veroorzaakt door storingsbronnen), hoe beter een kabel afgeschermd dient te zijn.

Dit is te vergelijken met de kwaliteit van een weg. Is het bijvoorbeeld een zandweg of is de weg geasfalteerd? Een zandweg met kuilen, hobbels en losliggende stenen kan zorgen voor discomfort, vertraging of zelfs schade, terwijl een geasfalteerde weg zorgt voor een voorspoedige, comfortabele rit.

 

Wat is CPR en waar staat NEN 8012 precies voor ?

U heeft er vast al over gehoord: de CPR-normering ofwel NEN 8012-norm voor kabels en elektrische leidingen. Wat houden de nieuwe regels in en wat betekent de CPR voor u? Hieronder leest u de antwoorden op de belangrijkste vragen rond de CPR, zodat u veilig en volgens de regels kunt werken.

Wat is CPR – NEN 8012?

De nieuwe CPR is een norm voor de brandclassificatie van kabels en elektrische leidingen in bouwwerken. De afkorting CPR staat voor Construction Product Regulation, ruw vertaald is het een verordening voor bouwproducten. In Europa is de CPR bekend als de norm EN 50575 (CPR). In Nederland is hiervoor NEN 8012 opgesteld. Het doel van de norm is om meer uniformiteit en duidelijkheid te creëren omtrent het brandgedrag van kabels en elektrische leidingen. En om de schade als gevolg van brand van en via elektrische leidingen zoveel mogelijk te beperken.

Hoe reageren kabels bij brand?

Binnen de CPR gaat het om de vraag hoe kabels reageren bij brand. Daarbij wordt bijvoorbeeld gekeken naar de brandvoortplanting en warmteafgifte, rookontwikkeling, vallende deeltjes en de zuurgraad. Door dit beter in beeld te krijgen moet het makkelijker worden om de juiste kabel bij het juiste gebouwtype te kiezen. De brandklasse hangt namelijk samen met de risicosituatie van een gebouw.

Wat houden de CPR-brandklassen in?

In de Europese regelgeving over CPR (EN 50575 en EN 13501-6) zijn verschillende Euroklassen (ca) gedefinieerd: A, B1, B2, C, D, E en F. Deze klassen variëren in brandbijdrage en toepassing bij brandrisico op basis van de volgende kenmerken:
– Rookontwikkeling (s=smoke)
– Brandende en vallende deeltjes (d=droplets)
– Corrosiviteit / zuurgraad (a=acidity)

Heeft u advies nodig hoe CPR bij u van toepassing is ? of wenst u een offerte voor CPR goedgekeurde
kabels ? wij helpen u graag uit de “brand” om de juiste producten voor uw situatie te vinden, en dat
voor een scherpe prijs. Zowel leveren, installatie, en certificeren kunnen wij van MegaSnel ICT voor
u organiseren.

Wilt u je extern ip adres weten dan kunt u deze vinden op www.watismijnip.nl

Je router deelt interne IP-adressen. Vaak zijn dit IP-adressen als: 192.168.1.20. Een Camera recorder / IP-camera heeft een standaard IP-adres. Vaak is dit: 192.168.1.108 dit is een intern IP-adres.

De router bewaakt de verbinding met internet zodat niet iedereen zomaar van buiten af toegang heeft tot apparaten in je netwerk. De communicatie met het internet verloopt via zogenaamde poorten, elk type communicatie gebruikt een andere poort om het camerasysteem van afstand te kunnen bereiken moet dan ook deze communicatie poort open gezet worden in uw router.

De router zet de verbinding van uw provider om een bruikbare internetverbinding waardoor u een internet netwerk heeft. Een switch doet niets anders dan een signaal “verdelen” over meerdere poorten. Zodat u meerder apparaten in het netwerk kunt verbinden.

Deze klanten ging u voor

Gratis advies