Wat is een patchpaneel?
Een patchpaneel is het vaste eindpunt van de netwerkkabels in een pand. Alle kabels die
naar de werkplekken, accesspoints en camera’s lopen, komen aan de achterkant op dit paneel uit. Aan
de voorkant zitten genummerde poorten waar u met een korte patchkabel de switch op aansluit.
Het nut zit in dat losse stukje ertussen. De vaste kabel in de muur wordt maar een keer
afgemonteerd en daarna nooit meer aangeraakt. Alles wat daarna verandert — een werkplek die
verhuist, een camera die erbij komt — doet u met een patchkabel aan de voorkant. Zonder
patchpaneel zou u telkens aan de vaste bekabeling moeten trekken, en dat is precies waar netwerken
stuk aan gaan.
Twee soorten, en waarom wij bijna altijd de tweede kiezen
- Een vast (gemonteerd) paneel. De poorten zitten er al in. U drukt de aders rechtstreeks
in de achterkant. Snel te plaatsen, maar de indeling ligt vast en een kapotte poort betekent dat u
met het hele paneel in de weer moet. - Een keystone-paneel. Een leeg frame waarin u losse modules klikt. Elke aansluiting is een
eigen keystone die u apart kunt vervangen, en u kunt koper, glasvezel en zelfs een doorvoer voor
coax in hetzelfde paneel mengen. Ook kunt u met kleuren werken: bijvoorbeeld oranje voor werkplekken
en geel voor camera’s, zodat iedereen in een oogopslag ziet wat wat is.
Wij monteren in de praktijk bijna altijd keystones af. Niet omdat het mooier is, maar omdat een
kast waarin je een enkele poort kunt vervangen jaren langer meegaat.

beide kanten hetzelfde nummer.
Hoeveel poorten heeft u nodig
Panelen komen doorgaans in 12, 24 of 48 poorten. Een paneel van 24 poorten is een
hoogte-eenheid
hoog, 48 poorten is twee U.
Tel niet het aantal werkplekken maar het aantal aansluitpunten. Een bureau met een
computer en een telefoon is twee poorten. Een vergaderruimte met een scherm en een accesspoint in
het plafond erboven is er ook twee. En houd ruimte over: wij rekenen standaard een kwart tot een
derde extra, want er komt altijd iets bij.
Een patchpaneel in de meterkast
Thuis of in een klein kantoor is er meestal geen technische ruimte, en komt alles samen in de
meterkast. Dat kan prima, mits u op drie dingen let.
- Ruimte. Een klein wandrack van 4 tot 6 hoogte-eenheden past vaak nog naast of onder de
meterkast. Meet de diepte: een rack van 300 tot 400 millimeter diep is genoeg voor een paneel, een
switch en een router, maar niet voor apparatuur van 600 millimeter. - Warmte. Een meterkast is een dichte kast. Een switch met PoE die acht camera’s voedt,
maakt warmte die nergens heen kan. Ventilatieroosters of een open rack lossen dat op. - Stroom. Reken op een geaarde wandcontactdoos met genoeg groepen, en zet de netwerkspullen
niet op dezelfde groep als iets dat vaak in- en uitschakelt.

24 poorten. De blauwe buizen aan de onderkant gaan naar de rest van de woning.
Afmonteren en doormeten
Een patchpaneel is zo goed als de montage. De aders moeten in de juiste volgorde, de tressing
mag niet te ver opengedraaid zijn, en de kabel mag niet te strak gebogen liggen. Dat zie je er niet
aan af — het netwerk werkt gewoon, tot er meer verkeer overheen gaat.
Daarom meten wij elke verbinding na met een Fluke-tester en leveren we het meetrapport mee. Dan
staat zwart op wit dat elke link binnen de norm valt: maximaal 90 meter voor de vaste verbinding en
100 meter voor het hele kanaal inclusief patchkabels. Meer daarover bij
netwerk doormeten.
Verder lezen
- Hoe wij een patchkast inrichten —
met een planner waarin u zelf de indeling kunt neerzetten - Hoeveel U
heeft u nodig in een patchkast? - Wat is een patchkast?
- Wat is een MER-ruimte?
Vragen die hier vaak op volgen
Geschreven door Marc Herdes, eigenaar en installateur bij MegaSnel. Voor het laatst nagekeken op .