Wifi buiten: hoe krijgt u dekking op een terrein?
In het kort. Wifi buiten werkt anders dan binnen. Er zijn geen muren die het signaal tegenhouden, maar er is ook niets dat het vasthoudt: het waaiert uit en is verderop op. U heeft weerbestendige zenders nodig, een kabel naar elke zender, en meestal meer punten dan u denkt. Bomen met blad zijn daarbij de grootste spelbreker.

Kan een binnenzender niet gewoon naar buiten stralen?
Dat is de goedkoopste poging en hij mislukt bijna altijd. Een zender aan de binnenkant van een muur of achter glas verliest een flink deel van zijn bereik in dat ene obstakel. Wat overblijft, haalt het terras wel en de rest van het terrein niet.
Daar komt bij dat uw telefoon zwakker terugpraat dan de zender uitzendt. U ziet dan buiten nog streepjes, maar de verbinding valt weg zodra u iets doet. Dat is het verschil tussen bereik en bruikbare dekking.
Wat een buitenzender anders maakt
- Weerbestendig. Een behuizing die tegen regen, vorst en zon kan, met wartels waar het water niet binnenloopt.
- Gerichte antennes. Binnen wilt u een rondje dekking, buiten vaak een baan: over een parkeerterrein, langs een kade of een pad.
- Voeding over de kabel. Buiten zit geen stopcontact. De netwerkkabel levert de stroom, en diezelfde kabel moet dan wel de goede zijn.
- Bliksem en aarding. Een kabel die van het dak naar binnen loopt, verdient een overspanningsbeveiliging. Dat is geen luxe maar de reden dat de switch het na onweer nog doet.

Hoe ver komt u?
Op een open terrein, met vrij zicht, haalt een goede buitenzender tientallen meters bruikbare dekking. Maar het is geen rechte lijn: het signaal gaat ook de lucht in en de grond in, en daar heeft u niets aan.
Wat het meest tegenvalt zijn bomen. Blad en nat hout dempen fors, en in de zomer is het beeld dus anders dan in de winter. Wij meten daarom liever in het seizoen waarin het druk is, en niet in februari als alles kaal is.
Ook metaal telt zwaar: containers, stellingen, geparkeerde auto's en een damwand doen hetzelfde als een muur. Op een stallingsterrein staat de dekking van vandaag er morgen anders bij.
Elke zender aan een kabel
Buiten is de verleiding groot om zenders het signaal aan elkaar te laten doorgeven. Dat kan, maar elke draadloze stap kost ruwweg de helft van de snelheid, en buiten is de verbinding tussen twee zenders ook nog eens gevoeliger voor weer en obstakels.
Wij trekken daarom naar elke zenderpositie een kabel, in een mantelbuis als hij de grond in gaat. Wat daarbij komt kijken, staat bij mag een UTP-kabel in de grond. Moet u een heel eind, dan gaat de verbinding over glasvezel of, tussen twee punten met zicht op elkaar, over een straalverbinding.

Masten, gevels en lichtmasten
Hangt de zender hoog, dan kijkt hij over auto's en hekken heen. Een gevel is het makkelijkst, want daar loopt de kabel al. Op een groot terrein zetten wij zenders op masten, soms op de bestaande lichtmasten, zodat er geen nieuwe fundering bij hoeft.
Te hoog is trouwens ook niet goed. Een zender op vijftien meter straalt over de mensen heen die eronder staan. Vier tot zes meter is buiten vaak de goede hoogte.
Eerst meten, dan ophangen
Op een terrein is gokken duur: elke paal die verkeerd staat, is een sleuf voor niets. Wij lopen het terrein af en meten wat er werkelijk aankomt, en leggen dat vast op de plattegrond. Zo ziet u waar het rood is voordat er iets hangt. Zie wifi site survey, en voor het geheel zakelijk wifi laten installeren.
Vragen die hier vaak op volgen
Geschreven door Marc Herdes, eigenaar en installateur bij MegaSnel. Voor het laatst nagekeken op .