
Op de meeste bouwplaatsen ligt een doos Dca-kabel in de bus, en daar is niets mis mee. In een kantoor of een loods is het de gewone keuze. Bij dit kinderdagverblijf in Lelystad lag het anders. Voordat er een gat werd geboord of een meter buis werd gezaagd, moest eerst duidelijk zijn welke kabel dit gebouw in mag, want in een pand waar de kleinsten niet zelf naar buiten lopen gelden andere regels dan in een kantoor. Het werd B2ca. Ruim 150 meter ervan loopt nu naar veertien camerapunten, binnen en buiten.
Een kabel die vast in een gebouw ligt, heeft een brandklasse. Die staat op de doos en op de mantel. Welke klasse u minimaal nodig hebt, hangt af van wat er in het gebouw gebeurt en hoe snel de mensen erin zelf naar buiten kunnen. Dat regelt NEN 8012, en vanaf 1 juli 2020 noemt die norm de opvang van peuters en baby's, alles tot vier jaar, als aparte groep. Die kinderen lopen niet zelf naar de nooduitgang.
Hier is gekozen voor B2ca. Dat zit ruim boven de Dca die in de meeste bedrijfspanden ligt: de kabel draagt minder bij aan een brand en geeft minder rook. En om die rook gaat het bij een ontruiming. Wat de klassen betekenen, staat uitgelegd bij wat is CPR en waar staat NEN 8012 voor.
De kabelklasse lag vast voordat de eerste positie werd bepaald.

Waar de kabel in de bouw verdwijnt, loopt hij in een pvc-buis met een doorsnede van 19 mm. Waar hij in het zicht blijft, ligt hij in witte kabelgoot. Dat is geen smaakkwestie. In een ruimte waar kinderen de hele dag spelen, klimmen en overal aan zitten wilt u geen losse kabels langs de wand, en een goot heeft daarbij nog een voordeel dat pas over een paar jaar blijkt: u kunt hem openmaken als er iets bij moet, zonder te hakken of te boren.
Binnen zitten de punten vooral aan het plafond: in de hal, bij de doorgang, bij een glazen scheidingswand en in een groepsruimte. Buiten gaan drie kabels door de gevel naar punten boven de ramen.
Geen kabel los in het zicht, en elke route later nog bereikbaar.

Van de haspel ging ruim 150 meter B2ca het gebouw in, verdeeld over veertien punten. Alles komt samen bij een recorder met zestien aansluitingen. Twee blijven er dus vrij, en dat is met opzet. Komt er later een plek bij, dan is dat een kabel en een punt, geen nieuw systeem.
Hoe wij kabelwerk in een bestaand pand aanpakken, leest u bij databekabeling.
Veertien punten aangesloten, twee aansluitingen vrij voor uitbreiding.

Op elk punt hangt nu een camera: elf binnen, drie buiten. Buiten zijn het zwaardere camera's, omdat de afstand daar groter is. Binnen volstaat een lichtere, want daar kijkt u over een paar meter. De beelden blijven in het gebouw, op 8 terabyte eigen opslag.
Bij de oplevering hoort ook op papier welke kabelklasse er ligt en waarom. Dat kost een regel. Het voorkomt een lange discussie als er over een paar jaar iemand komt keuren.
Werkend opgeleverd, met de kabelklasse vastgelegd.

Eerst kijken wat er ligt. Pas daarna bepalen wat er nodig is.
Mike · adviseur netwerk en bekabeling

Niet vanaf een tekening, maar op de plek zelf. Wat ligt er, wat werkt nog, en wat is er ooit half gedaan.
Kantoor zet het materiaal klaar. Geen halve dag verliezen omdat er iets niet op voorraad lag.
Je krijgt terug waar wat loopt. Dan hoeft niemand ooit meer te gokken.
Dat hangt af van het gebouw en de route van de kabel. NEN 8012 bepaalt de minimale brandklasse per gebruiksfunctie, en sinds juli 2020 is de opvang van kinderen tot vier jaar daarin een eigen categorie. Hier werd het B2ca, twee klassen boven de Dca van een doorsnee kantoorpand. Wij zoeken het per pand uit voordat er iets besteld wordt.
Het zijn twee brandklassen uit een rij van zeven, van Aca tot Fca. Hoe hoger in de rij, hoe minder de kabel bijdraagt aan een brand. Dca is gangbaar in kantoren en bedrijfspanden. B2ca zit twee stappen hoger en geeft ook minder rook af. Dat telt waar mensen geholpen moeten worden om buiten te komen.
Omdat de afstand verschilt. Buiten kijkt u over een terrein, en dan wilt u genoeg detail op wat verderop gebeurt. Binnen kijkt u over een paar meter. Hier hangen buiten drie camera's van 8 megapixel en binnen elf van 4. Elke extra megapixel vult de schijf sneller, en dat is zonde op een plek waar u toch maar vier meter ver kijkt.
Dat hangt af van wat er ligt. Wij kijken welke klasse op de mantel staat en of die past bij het gebouw. Staat er niets op of past het niet, dan leggen wij bij nieuwe punten de juiste klasse. Weet u niet wat er ligt, dan is doormeten de eerste stap.
Omdat er bijna altijd later een plek bijkomt. Met twee vrije aansluitingen is dat een kabel en een punt. Zonder reserve moet er eerst andere apparatuur komen, en dat kost meer dan de reserve ooit heeft gekost.
Formeel de eigenaar of opdrachtgever. In de praktijk is het de installateur die het moet weten en voorstellen. Wij leggen bij elk project vast welke klasse er ligt en waarom, zodat u het bij een keuring kunt laten zien.
Vertel kort wat er speelt. We komen kijken, zoeken uit wat er aan de hand is en zeggen eerlijk wat er nodig is. Ook als dat minder werk voor ons betekent.
Liever meteen iemand spreken? 036 5298 447
We hebben uw aanvraag ontvangen en nemen snel contact met u op.