
Meten, certificeren, nummeren, inrichten en uitbreiden, en aan het eind een rapport waarin per lijn staat hoe lang hij is, hoe snel hij kan en hoeveel marge er over is. Storing gevonden? Dan lossen we hem in dezelfde beurt op.
Testen is kijken of er verbinding is. Een tester geeft groen en u weet dat de aders goed zitten. Certificeren is meten hoe goed de verbinding is, afgezet tegen de norm: demping, overspraak, retourverlies, looptijd en weerstand. Daar rolt een rapport uit met per lijn een geslaagd of afgekeurd, en de marge die eronder zit.
Dat verschil merkt u niet op de dag van oplevering. U merkt het als het netwerk over twee jaar op piekmomenten hapert en niemand kan aantonen of het aan de kabel ligt.
Van het bureau tot in de kast. De vaste kabel in de muur mag 90 meter zijn; met de twee patchkabels erbij is het maximaal 100 meter. Daarboven wordt het glasvezel of een tussenswitch.
Elke aansluiting wordt na het afmonteren doorgemeten. Het nummer op de wandcontactdoos staat ook op het patchpaneel.
Wij meten de lijn zoals hij ligt: van het wandcontactdoosje tot aan het patchpaneel, inclusief elke koppeling ertussen. Dat heet de vaste lijn, en dat is iets anders dan een kabel op de rol testen. Een kabel die op de haspel prima is, kan na een scherpe bocht achter een kozijn alsnog zakken.
Het meten gaat met een kabeltester die aan beide kanten van de lijn hangt. Elk aderpaar wordt apart doorgemeten over het hele frequentiebereik dat bij de categorie hoort. Dat duurt per lijn een halve minuut, en daarna weet u het zeker.

Geen steekproef. Elke lijn die wij aanleggen wordt gemeten.
De meetwaarden gaan langs de norm die bij de categorie hoort. Komt een lijn er doorheen, dan is hij geslaagd. Zakt hij, dan zoeken we uit waarom: te lang, een slechte afmontage, een knik, of een stroomkabel die er te dicht langs loopt.
Wat wij belangrijker vinden dan het stempel is de marge. Een lijn die er net doorheen komt, is vandaag goed en over drie jaar twijfelachtig. Die halen wij er uit en die pakken we aan, ook als hij formeel geslaagd is.

Steeds meer apparatuur haalt zijn stroom uit de netwerkkabel: camera's, wifi-zenders, deurstations, klokken. Of dat vermogen aan het eind ook echt aankomt, hangt af van de weerstand van de lijn. En die staat in het meetrapport.
Het klassieke beeld: overdag doet alles het, en zodra het donker wordt gaat het mis. Dat is geen toeval. 's Avonds schakelt de infraroodverlichting in, het verbruik piekt, de spanning zakt over een te dunne of te lange lijn weg en het apparaat herstart. De volgende ochtend werkt het weer en staat er niets in het logboek.
Drie dingen die wij daarbij tegenkomen. Koperkleurige kabel met een aluminium kern in plaats van massief koper, goedkoper, maar met een veel hogere weerstand. Lijnen die over de honderd meter gaan en daarmee buiten de norm vallen. En een doorverbinding halverwege, die er onschuldig uitziet en toch weerstand toevoegt.

Gemeten weerstand vertelt u vooraf wat u anders pas in de eerste winternacht ontdekt.

Een kabel zonder nummer kost bij de eerste storing een half uur zoeken. Wij nummeren daarom aan beide kanten: bij het contactdoosje en op het patchpaneel, met hetzelfde nummer als in het rapport.
Wij gebruiken tape die op kabel, plastic en metaal blijft plakken en waarvan de inkt niet vervaagt. Dat klinkt als een detail totdat u een kast opent waar de labels na twee jaar onleesbaar zijn geworden of eraf zijn gerold.

Het nummer op de wand, op het paneel en in het rapport is hetzelfde nummer.
Als de lijnen gemeten en genummerd zijn, is de indeling van de patchkast geen puzzel meer. De volgorde op het paneel volgt de nummering, de patchkabels lopen door de geleiding en per soort verbinding een eigen kleur.
Wie later iets moet wijzigen, verhangt een kort kabeltje in de kast. Niemand hoeft meer te raden welke kabel waar vandaan komt.

Bij een uitbreiding komen wij vaak bestaande bekabeling tegen waar niemand meer iets van weet. Dan meten we eerst wat er ligt. Regelmatig blijkt de helft nog prima en hoeft er veel minder nieuwe databekabeling in dan gedacht.
Andersom komt ook voor: een pand waar men al jaren op vier lijnen werkt terwijl er acht liggen, waarvan er vier nooit zijn afgemonteerd. Meten kost een ochtend en bespaart soms een hele trekklus.

U betaalt voor wat er echt bij moet, niet voor wat er misschien bij moet.






Een lijn die er nét doorheen komt, is over drie jaar een storing.
Mike · adviseur netwerk en bekabeling

Eigen adviseurs en eigen monteurs, geen ingehuurde ploeg. U weet vooraf wie er voor de deur staat.





Niet vanaf een tekening, maar op de plek zelf. Wat ligt er, wat werkt nog, en wat is er ooit half gedaan.
Kantoor zet het materiaal klaar. Geen halve dag verliezen omdat er iets niet op voorraad lag.
U krijgt terug waar wat loopt. Dan hoeft niemand ooit meer te gokken.
Doormeten is kijken waar het misgaat. Certificeren is elke lijn langs de norm leggen en er een rapport van maken met geslaagd of afgekeurd en de marge erbij. Bij een storing meten we door; bij oplevering certificeren we.
Ja. Per lijn met nummer, lengte, meetwaarden en uitslag. Datzelfde nummer staat op de wand en op het patchpaneel, dus u kunt het rapport naast de kast leggen en het klopt.
Meestal niet. Tussen 1 en 10 Gbit zitten 2,5 en 5 Gbit, en die zijn er juist voor gemaakt om over bestaande bekabeling te lopen. Over Cat5e haalt u vaak 2,5 Gbit over de volle lengte, over Cat6 komt 5 Gbit erbij. Meten kost een ochtend en bespaart soms een hele trekklus.
Dat is het hele idee. U heeft niets aan iemand die zegt waar het probleem zit en dan een hand geeft. Onze monteurs meten en herstellen in dezelfde beurt: opnieuw afmonteren, een stuk vervangen, of lassen als opnieuw trekken niet kan.
Wij zetten er bewust geen bedrag bij. Zonder te weten wat er ligt geven wij een prijs die te hoog of te laag is, en aan allebei heeft u niets. Wat het bepaalt is wel te noemen: het aantal lijnen, de categorie waarop gemeten wordt, of er glasvezel bij zit, of wij alleen meten of ook herstellen, en in welke vorm u het rapport wilt. Bel of mail wat er ligt, dan hoort u binnen een dag waar u aan toe bent.
Ja, en dat doen we vaak. Bij een uitbreiding of een overname weet niemand meer wat er ligt. Meten geeft dan in een ochtend antwoord op de vraag wat bruikbaar is en wat vervangen moet.
Op vrijwel alles wat in een pand ligt: UTP, FTP en SFTP in Cat5e, Cat6 en Cat6a, telefoonbekabeling en glasvezel.
Kabelbreuk, een te lange afstand, verkeerd gepatcht, een kapotte switch, een poort zonder automatische herkenning, een kabel die halverwege is doorgelust en gewoon slijtage doordat er ooit aan getrokken is.
Alles. Een steekproef zegt niets over de lijn die straks hapert. Bij een pand met tweeduizend aansluitingen betekent dat tweeduizend metingen, en dat is precies de bedoeling.
Ja. De gemeten weerstand van de lijn en het verschil tussen de aders bepalen hoeveel vermogen er onderweg verloren gaat. Een apparaat dat overdag werkt en 's nachts herstart, heeft negen van de tien keer een vermogensprobleem en geen defect.
De goedkoopste soort heeft een aluminium kern met een koperlaagje eromheen in plaats van massief koper. Voor data lijkt dat lang goed te gaan. Voor stroom over dezelfde kabel niet: de weerstand is hoger en dat merkt u pas als het verbruik piekt. Wij meten het en u ziet het in het rapport.
Vertel kort wat er speelt: een storing, een oplevering of een uitbreiding. Wij zeggen eerlijk of meten zin heeft en wat het gaat kosten. Ook als het antwoord is dat u het niet nodig heeft.
Liever meteen iemand spreken? 036 5298 447
Meekijken kost niets en verplicht u tot niets. U krijgt een eerlijk antwoord, ook als dat ‘dit hoeft u niet te doen’ is.
We hebben uw aanvraag ontvangen en nemen snel contact met u op.